Als ik de betekenis opzoek, lees ik:
een systeem van overtuigingen en praktijken rond het hogere, zingeving en het leven.
En dan besef ik: iedereen heeft een religie.
Ik zie hoe ieder mens leeft vanuit bepaalde overtuigingen — principes die bepalen wat je wel of niet doet.
Wat mij daarin raakt, is de passie en discipline (voor mij een vorm van zelfliefde) waarmee iemand leeft naar wat voor hem of haar klopt.
Ik voel kracht bij mensen die ergens voor staan en dat ook werkelijk léven.
Wat voor mij schuurt, is het moment waarop iemand mij wil overtuigen dat dit dé juiste manier is — en dat ik mij dus ook zo zou moeten gedragen.
Dan verdwijnt de ruimte. Dan voel ik geen passie meer, maar dwang.
En onder die dwang voel ik vaak angst en onzekerheid, geen vertrouwen of liefde.
Ik verlang — hoe pathetisch het ook klinkt — naar een wereld waarin we elkaar niet meer hoeven te overtuigen.
Waar we nieuwsgierig zijn naar de eigenheid van de ander, en juist dáárdoor van elkaar leren.
Niet omdat de ander een kopie van ons wordt, maar omdat die anders is.
In mijn huis is dat heel concreet.
Ben je bijvoorbeeld veganist, dan neem je kaas en vlees mee voor mij — omdat ik merk dat mijn lichaam, nu ik in de overgang ben, beter functioneert met wat vlees en vis.
En met alle liefde maak ik een vegataartje voor jou.
En als iedereen zijn eigenheid meebrengt naar een potluck, en daar iets over vertelt, dan is dat voor mij puur genieten.
